Achtergrond

Overlast door commerciële telemarketing
Bij de introductie van nieuwe wetten en regels om telemarketing te beperken, gold steevast dat de overlast die de consument ervoer voor een veel groter deel werd veroorzaakt door bedrijven. Deels vanwege de aard van de telefoongesprekken, deels doordat het aantal commerciële telefoongesprekken een veelvoud was van het aantal door goede doelen. Daarnaast zijn regelmatig oplichters actief die beweren de politie, de overheid of niet bestaande bedrijven te vertegenwoordigen. De overheid is niet bij machte dit te voorkomen.

Beperkende wetten en regels
De belangrijkste beperkende wetten en regels waren:

Het Bel-Me-Niet-Register (2009)
In oktober 2009 werd het Bel-Me-Niet-Register opgesteld. Daardoor mocht er niet meer onbeperkt ‘koud’ gebeld worden. Dat betekende dat na ieder telemarketinggesprek een ‘opt-out’ moest worden aangeboden. Dat kon via een verplicht geluidsbandje met keuzemenu. De respondent kon zich afmelden voor alle telemarketinggesprekken of voor deelgebieden. Onderdeel van de wet waarin het Bel-Me-Niet-Register werd geïntroduceerd was ook het Recht van Verzet. Als de respondent tijdens het gesprek aangaf helemaal niet meer gebeld te willen worden, moest dat worden geregistreerd en moest daar gevolg aan gegeven worden. Aangezien koud bellen voor veel goede doelen een kans bood om met mensen in contact te komen en het werk van die doelen onder de aandacht brengen, was dit een fors beperkende maatregel.

Wijziging Telecommunicatiewet (2021)
In 2021 werd de Telecommunicatiewet opnieuw gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen waren dat de opt-out werd gewijzigd in een ‘opt-in’: een consument mocht pas gebeld worden als die daar schriftelijk en expliciet toestemming voor had gegeven. En de klantrelatie werd beperkt tot maximaal 36 maanden. Bovendien moest voor nieuwe relaties al bij het aangaan van de relatie een opt-in worden overeengekomen. Gebeurde dat niet, was een klantrelatie niet langer voldoende om telefonisch contact te mogen opnemen. Met deze wetswijziging kwam het Bel-Me-Niet-Register te vervallen.

Gevolgen voor goede doelen
Deze maatregelen hebben de fondsenwervende mogelijkheden van charitatieve en ideële instellingen (goede doelen) fors beperkt. De ervaren overlast is desondanks gebleven: uit onderzoeken blijkt dat de consument ook overlast ervaart van telefoontjes van goede doelen. Dat is begrijpelijk. Het aantal telefoontjes van commerciële bedrijven blijft een veelvoud van het aantal telefoontjes van goede doelen. Daarbij heeft de wetgever bij iedere beperkende wet of regel min of meer beloofd dat overlast door ongevraagde telefoontjes voorbij zou zijn, waarna bleek dat de telefoontjes (binnen de wet) toch gepleegd konden worden. Bovendien is nooit aan de consument uitgelegd dat telefoontjes door goede doelen de samenleving dienen. Er werd bijvoorbeeld geld opgehaald voor onderzoek naar en bestrijding van ziektes, voor het bestrijden van onrecht en onderdrukking, en voor natuur en milieu. Zaken waar iedere inwoner van dit land van profiteert. Een deel van de overlast wordt veroorzaakt door het ontbreken van context.

De noodzaak van Telefundraising
Het beperken van de fondsenwervende mogelijkheden vanwege irritatie die voor een belangrijk deel is veroorzaakt door bedrijven, heeft de goede doelen forse schade toegebracht. Er is alle reden om te veronderstellen dat in de toekomst nieuwe beperkende regels zullen worden ingevoerd, tot het moment dat het bijna niet meer mogelijk is om rechtstreeks in contact te komen met de eigen achterban. Zover mogen we het niet laten komen. De introductie van Telefundraising is een eerste aanzet voor het duiden van de context van de telefoongesprekken, zodat het publiek gaat begrijpen dat de telefoontjes weliswaar ongevraagd zijn, maar een belangrijk algemeen doel dienen. Als bijkomend voordeel zal de overlast daarvan op den duur afnemen. Maar daarbij mag het niet blijven.